Afbeelding
Foto: Frits Homan

Uitbreiding padelcentrum geeft zuurstof voor debat over procedures

Algemeen

“Het wordt er niet allemaal makkelijker op, dit verhaal”, Louise Pijnacker (VVD) leek tijdens de raadsvergadering, net als meerdere toehoorders op de publieke tribune, in verwarring gebracht door de vele procedurele wendingen die het debat aannam over de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van padelbanen en het verhogen van het dak van Haarlemmerstraat 18-20.

Door Frits Homan

De aanvrager wil de bestaande padelhal op Haarlemmerstraat 34 uitbreiden met het aangrenzende pand. Voorheen was Haarlemmerstraat 18-20 in gebruik als beddenwinkel. Dit gebouw wil de initiatiefnemer geschikt maken als padelcentrum. In het pand komen vijf extra padelbanen, waarbij door het verhogen van het dak de banen ook voldoen aan de eisen om de sport op wedstrijdniveau uit te kunnen oefenen. De voorkant wordt ingericht voor een entree, ontmoetingsruimte, kleedkamers en kantoor. Het voorterrein wordt vergroend, waardoor “bijgedragen wordt aan een aantrekkelijke entree van Hillegom”. Nadat de initiatiefnemer op haar principeverzoek een positieve reactie van het college had ontvangen, is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend.

Het plan past echter niet volledig in het omgevingsplan. Als sportactiviteit wordt afgeweken van het voormalig bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij’. Langs de Haarlemmerstraat is echter ook sprake van het gebiedsprofiel ‘Levendige linten’, waar volgens de omgevingsvisie “de kwaliteitsverbetering van de linten en levendigheid in het lint, onderdeel zijn van de koers”. En laat nu juist één van de doelstellingen in deze omgevingsvisie, de bevordering van gezondheid en positieve leefstijl te zijn. Met daarnaast ook de uitstraling van de entrees van Hillegom. Het college vindt dat het plan van de initiatiefnemer daarom aansluit bij de doelen van de omgevingsvisie. 

Maar omdat het plan niet past in het omgevingsplan, moet er een zogenoemde BOPA (Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit) worden opgestart. En omdat er sprake is van een wijziging van het bestaande gebruik met een oppervlak van meer dan 500 m2, is op de BOPA-aanvraag een verplicht bindend adviesrecht van de gemeenteraad vereist. Pas na het doorlopen van deze procedure kan de initiatiefnemer de definitieve BOPA-aanvraag indienen. Het college vroeg afgelopen donderdag aan de gemenenteraad om kennis te nemen van het standpunt van het college en verder geen wensen en bedenkingen mee te geven.

Te kort door de bocht

Maar deze procedure kost te veel tijd, volgens Karin Hoekstra (CDA): “Als raad willen wij initiatieven mogelijk maken, zeker als dit past in de Omgevingsvisie. Dan willen wij hier vaart mee maken”. Hoekstra diende een amendement in waarbij de raad afziet van het bindend adviesrecht voor deze BOPA-aanvraag. Maar dit stuitte, volgens wethouder Jeroen Nederpelt, op juridische bezwaren die juist de initiatiefnemer in de problemen kan brengen. En dat wilde niemand op z’n geweten hebben. Zodoende kwam een amendement van de BBH bovendrijven, waarin het college geadviseerd werd de omgevingsvergunning gewoon te verlenen. 

Maar ook dat was weer te kort door de bocht, waardoor de zin “mits de definitieve aanvraag ongewijzigd blijft ten opzichte van de huidige voorliggende versie” moest worden toegevoegd. Dit lijkt alle toetsen te doorstaan.

Uit de krant