Afbeelding
Foto:

Beroepsonderwijs of universiteit?

Column Notenkraker

Vorige week werd op alle universiteiten in Nederland weer het nieuwe academisch jaar geopend. Een ceremonie om de wetenschap in volle glorie te laten schijnen en aan de buitenwereld te tonen. Prestigieuze en beroemde sprekers worden uitgenodigd, prijzen voor wetenschappelijk onderzoek worden uitgereikt.

In Maastricht wordt dat laten schijnen aan de buitenwereld ook letterlijk genomen. Een lange stoet van professoren wandelen in hun toga over straat naar het Vrijthof en vervolgens naar het gebouw waar honderden genodigden en belangstellenden de ceremonie bijwonen. En natuurlijk zijn de media en de schrijvende pers uitgenodigd zodat het hele land getuige kan zijn van de folkloristische optocht van hooggeleerde vrouwen en mannen en de academische boodschap zo breed mogelijk wordt verspreid. Ik heb het genoegen gehad een paar keer deze wetenschappelijke traditie bij te wonen. Vorige week was de huidige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap prof. dr. Robbert Dijkgraaf de belangrijkste gastspreker bij de opening van het academisch jaar in Maastricht. Zoals van hem gewend, een hoog wetenschappelijk gehalte in zijn rede. Des te groter was de verrassing toen hij een ‘politieke’ wending maakte in zijn betoog en uitsprak dat hij net zo goed, en misschien wel liever, zijn betoog had gehouden bij de opening van het jaar van middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Dat was natuurlijk een behoorlijke steen in de academische vijver gooien die de nodige deining veroorzaakte te midden van al die hooggeleerde aanwezigen. Zijn boodschap was helder: er zijn heel veel academici opgeleid in de afgelopen jaren, maar de arbeidsmarkt van dit moment schreeuwt om ambachtelijke en technische vaklieden in allerlei sectoren van de arbeidsmarkt. Woningbouw, land- en tuinbouw, detailhandel, horeca, zorg, onderwijs, noem maar op. Aan die vraag kan nauwelijks worden voldaan. De maatschappelijke onderwaardering van essentiële ambachtelijke beroepen en daarmee de onvoldoende instroom hebben dan ook ernstige gevolgen gehad die tot de krapte op de arbeidsmarkt hebben geleid. Zonder het hardop te zeggen bedoelde hij, zo lijkt het: voor de samenleving is het mbo net zo belangrijk als de universiteit. We moeten het onderwijs veel meer zien als een samenhangend geheel en daarbij passen geen termen als lager en hoger onderwijs. Moedig om dat uitgerekend op dat moment in een prestigieuze academische omgeving te doen, want het heeft ook wel iets van ‘ons feestje verstoren’. Ik vond het een opmerkelijk moment en vraag mij dan af wat deze minister beoogt om op dat moment zo een bommetje achter te laten in Maastricht.

Is dit een vooraankondiging van wat er in Troonrede op Prinsjesdag staat over het onderwijs? Zou me niet verbazen, want bestrijden van kansenongelijkheid, ook in het onderwijs, is een speerpunt van D66. Maar wat is kansenongelijkheid in het onderwijs eigenlijk? Ik durf te stellen dat een goede, net afgestudeerde mbo’er sneller een baan vindt en beter betaald wordt dan een goede net afgestudeerde student. Er is dan ook geen reden om zoveel mogelijke jongeren naar een universiteit te loodsen. Jongeren moeten scholing en vorming krijgen waar ze goed in zijn en waar ze gelukkig van worden. Discriminerend onderscheid maken in maatschappelijke waardering van beroepen helpt daar niet bij. Dat moet afgelopen zijn. Daar heeft deze minister een punt.

Notenkraker is een column van Jos Draijer en verschijnt om de week in deze krant. Reageren? Mail naar: redactie@dehillegommer.nl.

Uit de krant

Uit de krant

Uit de krant