Logo dehillegommer.nl
Foto: Corine Zijerveld
Poespas

Chat

  Column

Er meldde zich een nieuwe klant bij onze kliniek. Ze kwam met een kat, genaamd Chat (naar Chat Baker, maar ook een verwijzing naar de Franse vertaling), die zich plotseling niet goed voelde. Toen hij uit zijn mandje kwam viel mij gelijk op hoe ruw zijn vacht was en hoe gespierd hij aanvoelde. ”Is hij niet gecastreerd?” vroeg ik, wetende dat hij al drie jaar oud was. “Dat klopt”, zei ze, “hij heeft altijd op een boerderij geleefd en daar was het niet nodig.” Inmiddels is het een grote bijzonderheid dat een kat van deze leeftijd ongecastreerd rondloopt.

Op zich heel natuurlijk, maar in feite is hij daarmee een groter gevaar voor zichzelf. Door hormonen gestuurd bewandelt hij veel grotere afstanden en zoekt vaker het gevecht op. Zowel de ongewenste contacten als de weidsere omgeving waarin hij rondloopt, veroorzaken een grotere kans op trauma’s of ziektes. Een aanzienlijk deel van de ongecastreerde katers blijkt besmet te zijn met een naar virus, zoals FeLV en FIV, hetgeen feitelijk dodelijk is. Deze virussen lopen ze op door vechtpartijen, waarbij ze elkaar bijten. Tevens lopen ongecastreerde katers een groter risico om aangereden te worden of een andersoortig trauma te krijgen. Chat stond hijgend op de behandeltafel. Hij was rustig en had die ochtend nog niets gegeten. Toen ik hem temperatuurde had hij koorts: 39.8°C. Dat was zeer onrustbarend. Zijn hart klonk goed, maar zijn longen vertrouwde ik ook niet. Links was minder te horen dan rechts. Al zijn nagels waren afgesleten. Chat werd dus verdacht van òf een virale infectie na een uit de hand gelopen vechtpartij òf een aanrijding met waarschijnlijk een gescheurd middenrif. We namen bloed af voor een sneltest op de virussen. Na twintig minuten wisten we de uitslag: negatief op de virussen! Dus maakten we een röntgenfoto. Hierop was te zien dat de linker longhelft was gesluierd; op de zijwaartse foto zagen we eigenlijk niets bijzonders! Dat was lastig. We besloten Chat eerst in de zuurstof kooi te zetten. Hier knapte hij aardig van op. Zijn ademhaling werd rustiger en zijn kleur werd beter. Om te controleren of de gesluierde longhelft vocht bevatte verrichtten we enkele puncties van de borstholte, maar er kwam geen vocht uit. Als laatste onderzoeksmiddel zetten we de echo voor de linkerzijde. Indien we dan een hartactie zouden zien, wisten we in dat geval zeker dat er een ruptuur van het middenrif was. En we zagen het hart kloppen. Dus de diagnose was in relatief korte tijd rond. Nu hadden we twee keuzes: of we zouden Chat opereren bij ons op de kliniek of we zouden hem doorsturen naar een specialistisch centrum. De eigenaren kozen voor de laatste optie. Twee dagen later hoorden we dat het goed gegaan was. Hij at weer en voelde zich veel beter! De ingreep was heel lastig geweest omdat het middenrif rafelig gescheurd was. Dat maakt het dichtzetten ervan een stuk lastiger. De keuze voor de specialist was dus een juiste.

Poespas is een column van dierenarts Lodewijk Kamps. Hij schrijft iedere week over zijn praktijkervaringen.

Meer berichten